Moestuin voor buurt, school of kinderopvang

Kinderen leren moestuinieren is een investering in de toekomst

Je wilt een moestuin beginnen in de buurt of bij school of de kinderopvang. Start met beoordelen van de plek die je voor ogen hebt. Welke begroeiing is er al en wat is de kwaliteit van de grond? Is de ruimte geschikt voor de doelstellingen en wensen van de gebruikers? Een handleiding voor een goed inrichtingsplan voor jouw moestuin.

De kogel is door de kerk, je weet waar de moestuin gaat komen. Nu komt het leuke gedeelte – het is tijd om de tuin te ontwerpen!

Hier is alvast een heel belangrijke tip: plan groots, maar begin klein. Een groot project kan nogal overweldigend zijn en het enthousiasme van degenen die eraan meewerken temperen. Laat deelnemers eerst warmlopen door het succes van een kleine maar overvloedige en behapbare tuin. Je hebt alle handjes nodig en het is fijn als je project lukt en de kinderen, medewerkers en vrijwilligers graag betrokken blijven. Breid uit naarmate het vertrouwen en de ervaring toenemen.

Het moestuinontwerp

De inrichting van jouw moestuin is afhankelijk van de beschikbare ruimte, de doelstelling van je moestuinprogramma en de hoeveelheid tijd die jullie te besteden hebben.

Betrek de kinderen in een vroeg stadium en bij elke fase van het ontwerpproces. Hun ideeën laat je het liefst bepalend zijn voor het moestuinproject zodat ze het gevoel hebben dat ze mede-eigenaar zijn van de moestuin. Je kunt natuurlijk simpelweg zeggen ‘Hier komt de moestuin’. Maar je kunt de kinderen ook betrekken door te vragen wat volgens hen in de moestuin moet komen als jullie je eigen voedsel gaan verbouwen. Zo ontstaat een interactie.

Om daarop het antwoord te vinden, moeten de kinderen uitzoeken welke voedselplanten ze in hun regio kunnen kweken, welke omgevingscondities die planten nodig hebben om te groeien en wat ze met de gewassen zouden kunnen maken. Door dit uit te zoeken, zijn ze al direct betrokken. Een strak ontwerp is niet nodig om een moestuin voor kinderen te maken, wel een planning met een takenlijst. Samen maak je een flexibel plan waarbij je blijft openstaan voor de suggesties van de kinderen.

Wie wil wat in de moestuin?

Schoolmoestuinen en moestuinen voor de kinderopvang kun je zo uitgebreid maken als je zelf wilt. Behalve teeltbedden met groenten en fruit kun je denken aan sensorische beplanten om aan te raken en te ruiken, bloementuinen voor de bestuivers, inheemse planten voor de vogels en vlinders of watertuinen om neerslag te bergen met het oog op klimaatverandering. Allemaal mogelijkheden die aan bod komen in de cursus Moestuinieren met Kinderen.

Bepaal het gebruik van de moestuin door de kinderen, docenten en pedagogisch medewerkers. Wil je dat er gespeeld wordt in de tuin? Willen jullie vooral eten van de tuin? Zijn ontdekken, leren, relaxen in een zithoek belangrijk? Als je de behoeftes van de gebruikers weet, is het gemakkelijker de doelstellingen van het moestuinproject te bepalen.

De behoeftes kun je peilen door te brainstormen en zo een gezamenlijke visie te ontwikkelen. Dat kan online of door op een plek bij elkaar te komen. De gespreksleider maakt een lijst van ieders ideeën. Alle ideeën mogen worden geopperd, al zal niet alles mogelijk zijn. Onderzoek ze samen. Waarom kunnen er in Nederland of België geen bananen worden verbouwd? Laat de behoeftes van de gebruikers van de moestuin leidend zijn voor de ideeën.

Spitten is niet zo goed voor je moestuin

Het is belangrijk dat al in deze fase zoveel mogelijk leerlingen, docenten en medewerkers hun wensen en ideeën delen. Misschien willen ook ouders en buurtbewoners meedenken? Inventariseer de wensen van docenten. Misschien willen ze ruimte om hun klas buiten les te geven of verschillende teeltbedden om te gebruiken voor experimenten. Pedagogisch medewerkers of leerkrachten van de jongste kinderen willen misschien dat een deel van de tuin wordt ingericht met beplanting die is gebaseerd op kleuren, vormen en zintuigen.

Ouders hebben wellicht de wens dat er een veilige speelplek is voor hun jonge kinderen als ze vrijwilligerswerk komen doen. Verzamel en orden de verschillende ideeën van mensen en destilleer er een algemener plan uit.

Goed rentmeesterschap

De doelstelling van de moestuin is ook te leren zorgen voor de natuur. Daarom gaat de cursus Moestuinieren met Kinderen uit van natuurlijk moestuinieren. En worden er lessen gegeven over natuur.

Door de kinderen de tuin zelf te laten samenstellen, zullen ze zich er verantwoordelijk voor voelen. Niet alleen voor de moestuingewassen, maar ook voor het overige leven in de natuur. Ze krijgen respect voor de natuur en leren over ecologie en dat is de eerste stap naar een duurzame levensstijl.

Omgevingsanalyse

Onderzoek vervolgens de omgeving en kenmerken van de beoogde plek voor de moestuin. Dit wordt formeel omgevingsanalyse genoemd. Onderzoek je nog een groter gebied en is nog niet zeker wáár precies de moestuin moet komen, dan kun je onderzoeken waar welke beperkingen zijn en wat vervolgens de beste plek is voor een moestuin.

Betrek ook hierbij de leerlingen zoveel mogelijk. Oudere leerlingen kunnen het hele gebied in kaart brengen en aangeven welke beplanting en voorwerpen (paden, hekken) aanwezig zijn. Laat ze het gebied bekijken met in gedachten de behoeften die eerder zijn geïnventariseerd. Laat ze ook nadenken over het omringend gebied. Loopt er een spoorlijn waar metaalvezels vanaf komen of een weg waar fijnstof vanaf komt? Is er water in de buurt? Welke functie had de plek voorheen met het oog op mogelijke bodemverontreiniging? Laat ze zelf goed nadenken wat ze nog meer zouden moeten onderzoeken.

Is de exacte plek wel al duidelijk, dan kun je de bovenbouwleerlingen een basiskaart laten maken van de plek waar de moestuin komt. Dit is gewoon een tekening die laat zien hoe groot de ruimte is en welke elementen – water, bomen, struiken, gebouwtjes – zich er bevinden.

Oudere leerlingen kunnen in groepjes (met hulp van onze moescoaches) de volgende parameters in kaart brengen:

  • Grootte
  • Bodemtype
  • Drainage
  • Blootstelling aan licht
  • Verkeersstroom (voertuig en voetganger)
  • Water (staand, stromend en bron voor het irrigeren van aanplant)

Laat ze deze gegevens intekenen op kaartjes met dezelfde schaal met behulp van een liniaal en grafiekpapier. Zo leren ze op schaal te visualiseren. Vanzelfsprekend zijn leerlingen geen tuinarchitecten, de tekening hoeft niet perfect te zijn. Beschouw het als een mooie opdracht voor de leergebieden taal, rekenen en wereldoriëntatie.

Wat gaan ze doen?

  • Met een groot meetlint kunnen ze de omtrek van het gebied opmeten en de grootte en plek van alle elementen in het gebied weergeven.
  • Ze kunnen de plek van een waterbron aangeven.
  • De plek van aanwezige planten en teeltbedden in kaart brengen. Identificeer de planten en bepaal hoeveel ruimte ze gaan innemen bij maximale grootte.

Tip! Breng ook elementen die je mogelijk niet kunt zien in kaart, inclusief ondergrondse elektriciteits-, riool- en waterleidingen. Je wilt als je graaft niet stuiten op bedrading of leidingen. Informeer ernaar bij het management van de school of kinderopvang of bij nutsbedrijven.

De hoedanigheid van het gebied

  • Hoe gebruiken mensen de ruimte nu? Als de voorgestelde tuinruimte zich in de buurt van een speelterrein of een ander druk gebied bevindt, bestaat de kans dat mensen door de tuin zullen lopen?
  • Is de grond waterdoorlatend of hard en verdicht en wordt water slecht afgevoerd? Zijn er drainagegaten? Staat er water op de grond?
  • Waar bevindt zich de zon? Gebruik een kompas om de windrichtingen te bepalen en noteer deze op je plattegrond. Het meeste zonlicht komt doorgaans vanuit het zuiden en westen. Hoe beweegt de zon zich ten opzichte van de moestuin?
  • Zijn er bomen of gebouwen waardoor schaduw in de tuin ontstaat? Zo ja, hoe laat en voor hoelang?
  • Is de grond gelijkmatig of zijn er kuilen die je moet dichten?
  • Uit welke richting waait de wind? Ligt de moestuin pal in de wind of niet?
  • Hoe is het uitzicht? Misschien kijk je uit op een drukke weg of industrieterrein dat je uit het zicht wilt hebben door bomen of heesters aan te planten of een schuurtje neer te zetten?
  • Moet je het terrein beveiligen bijvoorbeeld met een hekwerk?

Behoeften toepassen op de ruimte

Bedenk hoe je van plan bent de ruimte te gebruiken en vertaal dat naar landschapsbehoeften. Een paar voorbeelden:

Ben je van plan om met grote klassen naar de tuin te gaan? Dan heb je voldoende ruimte nodig zodat de leerlingen opdrachten kunnen uitvoeren. Misschien wil je ook een zithoek voor uitleg of klassengesprekken.

Wil je een voedseltuin of wil je een vlindertuin aanleggen? De moestuin heeft 6 tot 8 uur volle zon nodig om deze planten te laten groeien.

Moet de tuin toegankelijk zijn voor gehandicapten? Zorg dan voor brede, vlakke paden.

Maak een tuinontwerp

Maak een basiskaart

Gebruik nu de informatie van de behoefteverkenning en de omgevingsanalyse om een ​​concept tuinontwerp te ontwikkelen. Deze eerste schets zal nog wat rommelig zijn en hoeft niet exact op schaal te zijn. Later volgt een preciezere basiskaart.

Laat de leerlingen hun tekeningen overzetten op calqueerpapier (overtrekpapier) en stapel alle overgetrokken tekeningen op elkaar. Als het goed is, krijg je nu een totaler beeld dan bij één afzonderlijke tekening. Wat zien jullie nu wel wat zojuist niet zichtbaar was in één tekening? Als het een rommeltje wordt, kun je je ook beperken tot drie of vier tekeningen per stapel.

Maak nu op basis van de kaarten van de leerlingen op ruitjespapier een ​​tekening op de juiste schaal, inclusief de eigendomslijnen en bestaande structuren en vegetatie die je wilt behouden. Dit is de basiskaart.

Schrijf de lijst met behoeften, observaties en andere aantekeningen op één vel papier zodat je ze gemakkelijk kunt raadplegen. Bewaar ook de eerste schets.

Een teelplan makenis noodzakelijk als je aan een moestuin begint.

Brainstorm met bubbeldiagrammen

Als je eenmaal een basiskaart hebt, is het tijd om te brainstormen. Veel landschapsontwerpers brainstormen met behulp van bubbeldiagrammen. In plaats van open ruimtes in de exacte afmetingen weer te geven, tekenen ze cirkels en vierkanten voor de verschillende gebieden. Het voordeel daarvan is dat je sneller kunt tekenen, kunt experimenteren met verschillende opstellingen en verschillende kleuren kunt gebruiken.

Begin eenvoudig. Teken grote “bellen” bovenop de basiskaart om de verschillende gewenste tuinzones af te beelden. Voor je teeltbedden kun je een grote cirkel maken in de zonnige zone, terwijl je voor de loop- en relaxruimte een meer lineaire vorm langs het gebouw kunt tekenen waar er schaduw is van bomen.

Teken steeds meer details, zoals paden en zitplekken. Je kunt meerdere ontwerpen maken door stukjes calqueerpapier over de originele basiskaart te leggen. Maar je kunt ook kopieën maken van de basiskaart en de leerlingen vragen hierop een eigen ontwerp te maken. Experimenteer. Schuif met de zithoek, maak ronde en rechthoekige bedden en verschillende maten teeltbedden. Bespreek de ontwerpen in de klas of de groep.

Bepaal plek teeltbedden en verharde delen

Bepaal eerst de hoogte van de teeltbedden die wordt bepaald door jouw wensen en de bodemgesteldheid. Daarna bepaal je de vorm en grootte die mede worden bepaald door de materialen die beschikbaar zijn voor eventueel verhoogde bedden. Teken dan de verharde delen in je kaart en andere vaste elementen zoals zitgedeeltes, vijvers en patio’s.

Zorg ervoor dat je het plan nu wel op schaal tekent, zodat je later geen ruimteproblemen krijgt. Je streeft naar een flexibel ontwerp, maar de verharde delen in het gebied bepalen de onderliggende structuur van de moestuin. Daar kun je niet mee schuiven.

Kies het type beplanting

Nu kun je keuzes gaan maken voor het type planten. In een eetbare tuin zullen dit groenten, fruit en kruiden zijn, met misschien struiken, bomen en vaste beplanting. Je hoeft nu nog niet exact de soorten te weten die je gaat kweken, maar wel de kenmerken van de planten in termen van grootte, vorm, groeiwijze, oogstseizoen, enzovoort. Misschien is een teeltbed gelegen bij de ingang en wil je daar een bloeiend gewas waar iedereen van kan genieten. Misschien is het zonnigste bed bestemd voor groenten en heeft de zithoek een schaduwboom nodig. Later kies je de specifieke plantensoorten en maak je het teeltplan.

Maak je plantenlijst

Kies planten die kunnen groeien in de regio, die je gemakkelijk kunt onderhouden en die bloeien, groeien en vrucht dragen in een tijd dat er kinderen aanwezig zijn. Kijk naar de fysieke voorwaarden voor de beschikbare ruimte, het licht en de bodemgesteldheid en zoek planten die daarbij passen. Planteninformatie vind je in de cursus Moestuinieren met Kinderen, maar je kunt ook advies vragen aan tuincentrummedewerkers en plantenkwekers.

Met een glazen bak of lage kas kun je in de moestuin al vroeg zaaien.

Maak een planning

Nu ga je kritisch naar het ontwerp kijken en bepalen hoe je ontwerp uitgevoerd kan worden. Als de grond of de afvoer slecht is, moet je misschien verhoogde bedden bouwen om moestuingewassen te laten groeien. Met welk materiaal maak je eventuele paden? Kijk of er ouders zijn met ontwerp- of bouwervaring die kunnen helpen. Laat ook de leerlingen zoveel mogelijk meedenken. En meewerken. Niets is leuker dan de moestuin fysiek helpen opbouwen door aarde, compost en mulch aan te dragen.

Fondsen en donaties

Zodra het ontwerp en de constructieaanpak zijn bepaald, kun je beginnen met het berekenen van het soort en de hoeveelheid benodigde materialen. Je kunt kijken of bedrijven in de buurt materialen willen doneren in ruil voor reclame. Met het duidelijke plan dat je inmiddels hebt, wordt dat stukken gemakkelijker, het spreekt tot de verbeelding.

Begin klein

Bij een grote moestuin met een groot plan, begin je klein. Stapje voor stapje realiseer je je moestuin. Creëer het eerste seizoen de teeltbedden of de vlindertuin en werf ondertussen de middelen en vrijwilligers voor de andere onderdelen van je tuin zoals een zithoek of wilgentenen hut. Laat de kinderen die hard aan de planning hebben gewerkt tijdens het schooljaar in elk geval één resultaat behalen. Realiseer in elk geval één onderdeel van het plan, maar laat ze ook persoonlijke successen boeken. Laat ze bijvoorbeeld allemaal een plant in de grond zetten. Door bij te dragen in het hele proces van het plan tot en met de oogst, wordt de moestuin echt van hen.

Fotocredit:
Fotomoestuin met lage kassen door Maria Godfrida from Pixabay

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Winkelwagen
Scroll naar top