Moestuin voor buurt, school of kinderopvang

Kinderen leren moestuinieren is een investering in de toekomst

Je wilt een moestuin beginnen in de buurt of bij school of de kinderopvang. Start met beoordelen van de plek die je voor ogen hebt. Welke begroeiing is er al en wat is de kwaliteit van de grond? Is de ruimte geschikt voor de doelstellingen en wensen van de gebruikers? Een handleiding voor een goed inrichtingsplan voor jouw moestuin.

De eikenprocessierups is doorkliaatverandering naar Noord-Europa gekomen.

Last van de eikenprocessierups

Wie in aanraking is geweest met brandharen van de eikenprocessierups, kan daar flink last van ondervinden. Huidklachten treden gewoonlijk binnen 8 uur op. Zo behandel en voorkom je klachten.

Is de eikenprocessierups in de buurt, dan kun je daar gemakkelijk last van krijgen. De brandhaartjes verspreiden zich namelijk heel gemakkelijk. Hangen een paar takken van besmette bomen over je moestuin, dan loop je al kans op irritatie. Met brandhaarden gemaaid gras vormt een risico, tuinmeubilair kan besmet zijn en zwembadwater met brandharen kan maar beter worden weggespoeld.

Vermoed je dat bij jou in de omgeving bomen zijn besmet of brandharen terecht zijn gekomen, schakel dan een professioneel bestrijdingsbedrijf in. Want de brandharen kunnen tot hele serieuze klachten leiden.

Ga niet zelf aan de slag, de haren verspreiden zich te gemakkelijk. Zie je nesten op een stam of in de eerste oksels van de takken? Spuit ze dan in met haarlak om het nest te fixeren. Pas op dat je daarmee geen verspreiding van brandharen krijgt.

Jeuk en ergere klachten

De klachten door brandharen zijn: jeuk, roodheid en pijnlijke bultjes (soms gevuld met vocht). De klachten ontstaan als de blote huid in aanraking is geweest met de haartjes, maar via zweetstraaltjes kunnen de haartjes ook ergens anders op het lichaam terecht komen.

Het vervelende is dat als je vaker wordt besmet of de haren niet uit je kleding krijgt, de reacties steeds heftiger worden. De brandharen zijn na 6 tot 8 jaar nog enorm irriterend. Zelfs op plaatsen waar eerder eikenprocessierupsen waren en waar ze nu niet meer voorkomen, kunnen de brandharen nog lang voor problemen zorgen.

Kinderen, die vaker bomen klimmen én lager bij de grond zitten, lopen eerder risico dan volwassenen om in contact te komen met de brandharen.

Eikenprocessievlinder, een klein nachtvlindertje

Als de rups is uitgevlogen

En denk maar niet dat als de rupsen vlinders zijn geworden het gevaar geweken is. De nesten van de eikenprocessierupsen zitten nog bomvol brandharen. In de nesten hebben de rupsen zich nog een paar keer verveld. Bij elke vervelling worden de honderdduizenden brandharen vernieuwd en al deze oude brandharen blijven achter in de nesten als deze kleine nachtvlinder is uitgevlogen. Na verloop van tijd vallen de nesten uit de bomen waarna de brandharen zich in de omgeving kunnen verspreiden.

Wat kun je doen bij huidirritaties

Je kunt de huid beplakken met plakband of tape. Als je dit eraf trekt, trek je de meeste haartjes mee. Ook kun je de huid goed wassen en spoelen/douchen.Net als bij muggenbulten (waar de bultjes soms op lijken) kun je beter niet krabben. De jeuk wordt er erger door.
Crèmes die de jeuk wat verzachten zijn die met Aloë Vera, Calendula, menthol of Eucalyptus.

Kleding wassen

De brandharen zijn heel moeilijk uit de kleding te verwijderen. Maar dit moet wel, omdat ze anders blijven irriteren. Was de kleding die is besmet op 60 graden. Schone was hang je nooit te drogen in een gebied waar eikenprocessierupsen voorkomen. De haren verspreiden zich namelijk ook via de wind.

Brandharen in de moestuin

Ligt jou moestuin in besmet gebied, dan moet je je groenten en fruit goed wassen voordat je het eet. Dan loop je geen gevaar. Ligt de moestuin binnen 20 meter van een besmette boom? Dan kun je je groenten nog steeds eten, maar zal oogsten en wassen een teveel problemen kunnen opleveren. Helaas voor jou is het misschien beter deze oogst maar niet te consumeren…

Ook gras kun je beter niet geven aan konijnen of kippen als dit binnen 20 meter van een besmette boom groeit. Bij een storm wordt deze afstand nog groter, omdat de wind de brandharen heeft verspreid.

De brandharen van de eikenprocessierups kunnen flinke irritaties en bultjes veroorzaken.

Allergie of erger

Soms kunnen ernstigere klachten ontstaan door inademen van de haartjes. Zoals een irritatie of ontsteking van het slijmvlies van neus, keel en bovenste gedeelte luchtpijp. Dat lijkt op een verkoudheid. Astmapatiënten zullen hier nog eerder last van hebben.

Moeite met slikken, keelpijn en kortademigheid zijn ook mogelijke klachten. En zelfs braken, duizeligheid, koorts of zich helemaal niet goed voelen. Ga bij dit soort klachten altijd naar de huisarts!

Ben je allergisch voor de brandharen van de eikenprocessierups? Dan merk je dit binnen 20-30 minuten. Klachten kunnen zich dan voordoen bij de huis, luchtwegen, je maag en darmen en bij je hart en bloedvaten. Er kan zelfs een anafylaxie optreden, hoewel dit bij insectenbeten vaker voorkomt bij volwassenen dan bij kinderen. Het lichaam reageert in zo’n geval enorm heftig op de brandharen. Ga bij een allergische reactie of overgeven, duizeligheid en/of koorts meteen naar de huisarts om via een bloedonderzoek te laten testen of je allergisch bent.

Brandharen in je ogen

Krijg je jeuk in je ogen, dan is het belangrijk meteen goed te spoelen met handwarm water en niet in je ogen te wrijven. Blijft de jeuk, ga dan naar de huisarts. Eventueel word je doorverwezen naar een oogarts, omdat door de brandharen het hoornvlies kan worden beschadigd.

Heel soms, maar dat gebeurt zelden, heb je niet door dat er brandharen in je ogen zitten. Er ontstaat een ontsteking in de diepere slijmlagen van je ogen die operatief moet worden verwijderd om blindheid (zeldzaam) te voorkomen.

Oorzaak eikenprocessierups

De gevolgen van de brandharen van de eikenprocessierups kunnen dus nogal ernstig zijn. Hoe heeft het zover kunnen komen? Waarom hebben we nu zoveel last van een diertje waar we voorheen weinig over hoorden?

Volgens volgens Henry Kuppen van het Kenniscentrum Eikenprocessierups ligt de oorzaak in het grootschalig aanplanten van eiken, waardoor een monocultuur ontstaat die gevoelig is voor ziekten.

Klimaatverandering maakt het er niet beter op. Door het noodweer (extreem weer is een gevolg van klimaatverandering) zijn veel nesten dit jaar uit bomen gewaaid waardoor de haartjes zich verspreiden buiten de nesten. Klimaatverandering is er bovendien de oorzaak van dat de eikenprocessierups vanuit Zuid-Europa naar het noorden trok, het is ook hier inmiddels warm genoeg.

De koekoek is een natuurlijke vijand van de eikenprocessierups

Bestrijden eikenprocessierups

Van de diverse oplossingen lijkt wegbranden het minst effectief: de haartjes worden erdoor verspreid. De belangrijkste oorzaak – klimaatverandering – draaien we helaas niet meer terug. Er wordt momenteel vooral gezocht naar de beste symptoombestrijding.

Ecologisch evenwicht

Gelukkig krijgen we hulp van de natuur zelf. Vleesmuizen, sluipwespen en vogels als koolmezen, pimpelmezen, boomklever, koekoek en inmiddels ook kauwen zijn natuurlijke vijanden van de rups en vlinder. Als we het landschap zo inrichten dat deze dieren zich thuisvoelen, kunnen zij ons helpen bij dit groeiende probleem.

Tips voor eigen (moes)tuin

Hang een nestkast of een vleermuiskast op of plaats een insectenhotel. Plant een inheemse besdragende struik en gebruik geen enkele vorm van gif, omdat dat al het leven in en rond de boom doodt. Ook door biologische bestrijding met de bacterie Bacillus thuringiensis (BT) of nematoden gaan vrijwel alle insecten in de (vaak juist erg soortenrijke) eikenbomen dood, terwijl daar juist de natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups op af komen.

Wil je verder lezen over de eikenprocessierups? Ga dan naar Processierups.nu.

Fotocredits:
Eikenprocessierups door Luc hoogenstein [CC BY-SA 4.0], via Wikimedia Commons
Eikenprocessievlinder door Gyorgy Csoka, Hungary Forest Research Institute, Bugwood.org [CC BY 3.0 us], via Wikimedia Commons
Foto huiduitslag door Cyware [Public domain], via Wikimedia Commons
Koekoek door Tim Peukert [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons

Wormencompost zelf maken

Planten groeien goed op wormenmest

Ik heb een wormenhotel bij mijn tuin. Ik voer de wormen gft- en tuinafval en gebruik de compost die ze maken en de wormenplas in de tuin. En dat geeft een hele goede oogst!

Wormenmest wordt ook wel wormencompost, wormenhumus of vermicompost genoemd. Het klinkt vies, maar dat is het niet. Wormen hebben organisch materiaal volledig verteerd tot een fijnkorrelige zwarte massa die ruikt naar bosgrond (als je het goed doet).

Wormenmest maakt je grond uiterst vruchtbaar. de wormencompost bevat stikstof, fosfaat en kalium die je plantjes nodig hebben. Maar ook spoorelementen, enzymen, mineralen en micro-organismen die zorgen voor een gezonde bodem. Daardoor blijven je planten gezond en heb je minder last van ziektes. Ook kan de opbrengst van de moestuin door het gebruik van wormenmest stijgen tot maximaal 25%.

De kleine helpers in de bodem

De micro-organismen in de wormenmest zijn voedingsrijke bacteriën, schimmels en nematoden die je gewassen helpen schadelijke ziekten op afstand te houden door de aanvallers op te eten. Daarnaast breken ze ammonium in de bodem af, waarna het omgezet wordt in nitraat, één van de drie essentiële macro-nutriënten waardoor planten gemakkelijker zuurstof opnemen.

Bacteriën en schimmels stimuleren ook de groei van wortels, wat de plant resistenter maakt tegen ziekten.

Hoe gebruik je wormenmest?

Wormenmest kan het gehele jaar door gebruikt worden. Hoe vaak en hoeveel je aan de bodem toevoegt, hangt af van de samenstelling van de bodem. Doordat wormenmest een grovere structuur heeft komt het geleidelijk vrij. Wormenmest geeft geen verbranding, dus je kan eigenlijk nooit teveel geven.

Toch een indicatie: per m2 moestuin heb je ongeveer 10 kg nodig. Voor opkweken voeg je 10% wormenmest toe aan zaai- en stekgrond. Je kunt het door de grond mengen of op de toplaag leggen. Voeg je lavameel toe voor extra mineralen aan potgrond of je moestuin dan werkt wormencompost nog beter.

Zaai- of stekgrond heeft van zichzelf weinig voeding, waardoor je al snel je plantjes moet verpotten. Wanneer je de planten zaait in wormencompost kan je de plantjes langer laten zitten zodat ze meer tijd hebben om een mooie wortelkluit te vormen.

Wormenmest kun je prima gebruiken in zowel aarde als kokosvezel.

Wormencompostthee

Van de wormenpoep kun je ook wormenthee ofwel compostthee maken. Dit kun je gebruiken in het gietwater of sproeien als bladvoeding.

Hoe maak je wormencompostthee?

  1. Doe een 1/2 liter wormenmest en 10 liter water in een emmer.
  2. Doe hier 50 gr melasse en 10 gram lavameel bij en laat dit met een luchtpompje een paar dagen staan.
  3. Even schudden en over het land verspreiden.

Gefilterd kan het in de plantenspuit als bladvoeding.

Belangrijkste voordelen van wormenmest

  • Het grootste voordeel van wormenmest is dat er een actief bodemleven ontstaat.
  • Dankzij dit bodemleven kunnen planten veel meer en sterkere wortels ontwikkelen.
  • De planten bevatten meer mineralen en veel meer vitaminen dankzij de wormenmest bemesting en zijn sterker. Sterkere planten hebben meer weerstand tegen ziekten. Ook worden sterke planten groter en krijgen ze meer vruchten.
  • Doordat in de grond zich nuttige schimmels en bacteriën ontwikkelen, krijgen schadelijke schimmels minder groeikansen.
  • Gewassen bevatten veel minder van de schadelijke nitrieten en nitraten.

Wormencompost zelf maken

Met een wormenhotel – bestel hem hier – kun je zelf wormenmest maken. Onderin zit een bak om de wormenplas op te vangen. Met een factor 10 verdund is dit hele goede wormenthee.

Lees meer over zelf wormencompost maken.

Wormenmest kant-en-klaar kopen

Veel wormenmest wordt aangeboden als biologische bodemverbeteraar. Maar de wormen die de mest produceren, krijgen vaak extra voer zoals maïs. Deze maïs is vaak niet biologisch, maar genetisch gemodificeerd. Dat maakt deze mais resistent tegen onder meer glucofosfaat ook wel bekend als het bestrijdingsmiddel Roundup. De teler heeft onkruid in de omgeving van de maïs rijkelijk kunnen bestrijden met Roundup. Het kan goed zijn dat de niet-biologische wormenmest die je koopt Roundup bevat.

Let er dus op dat je wormenmest 100% biologisch is. Zelf maken is natuurlijk het beste, dan weet je zeker dat de mest zuiver is.

BESTEL JOUW EIGEN WORMENHOTEL

Wat doe je tegen droogte in je moestuin?

Wat doe je met een droge moestuin?

Het regent al weken niet en jij kunt moeilijk aan water komen voor je moestuin. Je regenton is leeg en je hebt geen irrigatie systeem of wateraansluiting. Toch kun je nog een leuke oogst krijgen, als je onderstaande tips toepast.

Planten hebben water nodig om te ontkiemen, te groeien en vruchten te maken. Maar ook om voedingsstoffen tot zich te nemen. Als dat niet lukt, hebben ze een probleem.

Ook al is het droog, dan nog kun je ervoor zorgen dat je planten water tot zich kunnen nemen. Ook als er beperkt water is (met helemaal geen water wordt het moeilijk, zo niet onmogelijk). Je moet er gewoon voor zorgen dat je het weinige water optimaal gebruikt. Hoe? Lees onderstaande korte en lange termijntips.

Bodem

Woelvork

Maak elk jaar de bodem goed los met een woelvork. Doe dat met de bovenste 25 cm zodat het vocht diep in de grond wordt gewerkt, beschikbaar voor als de planten het nodig hebben.

In losse grond kunnen je gewassen een dieper wortelstelsel aanmaken en gemakkelijker vocht opnemen. Bovendien neemt losse aarde sneller vocht op dan dichtgeslibte grond. Bewerkte grond neemt tot 70% water op bij regenval.

Bewerk ook 5 tot 8 cm diep na elke regenperiode. Maar woel je grond nooit om als je bodem te nat of te droog is. Het beste moment is de herfst. Onkruid komt dan niet snel terug, omdat het kouder wordt.

Niet te vaak bewerken

De grond moet je ook weer niet te vaak bewerken. Je maakt anders schimmels kapot die belangrijk zijn voor het vasthouden en vervoeren van water onder de grond. Te regelmatig spitten en ploegen zorgt ook voor het te snel oxideren van organisch materiaal waardoor CO2 de lucht in gaat.

Tegenstrijdig? Je moet zelf de balans zien te vinden. Moestuinieren is een kwestie van uitproberen. Echt fout kun je het niet doen, je leert overal van en er zijn altijd onvoorziene omstandigheden.

Compost

Tijdens het bewerken kun je meteen geteerde compost verwerken. Dat komt de structuur van de bodem ten goede én compost houdt water en voeding vast.

Je kunt ook mest hiervoor gebruiken.

Dit doe je elk jaar zo’n twee keer in een laag van 1 cm. Een keer in de vroege lente en een keer in de herfst. In het voorjaar voorkom je zo dat het water dat na de wintermaanden overvloedig in de bodem zit, verdampt.

Gebruik hiervoor geen compost van afvalverwerkingsbedrijven, die zit vaak vol onkruidzaden. Teveel onkruid wil je niet, want die gaan de concurrentie om water aan met je plantjes. Koop of maak zelf goede compost. Bijvoorbeeld wormencompost.

Met 500 liter compost kun je een moestuin van 25 m² twee keer voorzien van een laag van 1 cm.

Geen onkruid

Onkruid strijdt niet alleen om water, maar ook om voedingsstoffen en licht met je plantjes. Haal het daarom weg. Dat doe je als het 5 tot 8 cm hoog is. Is het groter, dan neemt het teveel licht, water en voedingsstoffen weg van je planten. Zorg er daarom voor dat je onkruid niet welig laat tieren.

Je kunt het onkruid eruit schoffelen. Zo leg je de wortels van het onkruid bloot en sterft het af. Dit dode onkruid kun je laten liggen en als mulch gebruiken.

Braakliggen

Als je een wat grotere moestuin hebt, kun je een jaar je grond braak laten liggen. Als er geen gewassen groeien, komt je waterpeil zo weer op niveau. Dit proces versterk je als je de bodem bedekt met mulch.

Af en toe water geven

Je zou denken dat je planten het liefst heel regelmatig water krijgen, maar niets is minder waar. Van gespreid water geven ontwikkelen je planten ‘luie wortels’. Zulke wortels gaan niet zelf op zoek naar water, diep in de grond, maar blijven oppervlakkig in afwachting van jouw water.

Beter is om af en toe (1x per week) een grote hoeveelheid te geven, direct aan de voet van de plant. Dan krijg je actieve wortels die naar beneden groeien, op zoek naar het water. Zo staat de plant meteen ook steviger in de grond.

Potten moet je overigens wel heel regelmatig water geven. daarin kunnen de wortels niet op zoek naar water.

Als je planten in de volle grond water geeft, doe je dit het beste met een fijne sproeikop. Zo sijpelt het water tot diep in de bodem door en stroomt het niet weg op je licht bewerkte grond.

Wanneer water geven?

Om verdamping tegen te gaan, is het beste moment van water geven de hele vroege ochtend en de avond.

Overdag moet je het niet doen, want dan loop je kans dat de bladeren van je plant verbranden. Bovendien verdampt het water snel.

Wil je het risico op verbranden helemaal uitsluiten, kies dan voor de avond in plaats van de ochtend. Dan hebben je planten voldoende tijd om uit te drogen voor de nacht valt.

Hoe geef je water?

Irrigatiesysteem

Als je een druppelirrigatiesysteem hebt, hebben je planten geluk. Ze krijgen dan geleidelijk water zonder dat ze kunnen verbranden. Verdamping gedurende de dag kun je tegen gaan door het druppelsysteem af te dekken met stro of ander mulchmateriaal. Stel het systeem met een timer in naar de behoeften van je moestuin.

Een simpel irrigatiesysteem kun je zelf maken van een halve petfles. Knip er de onderkant uit. Stop ze omgekeerd in de grond en vul ze met water. Vul de fles regelmatig bij.

Kuiltjes en dijken

Verdamping bij water geven kun je voorkomen door eerst een kuiltje te graven en daar een beetje water in te gieten. Dek meteen het kuiltje met droge aarde af.

Een andere manier voor effectief beregenen (= water geven) is een dijkje om de planten maken. Zo kan het water niet uitvloeien over de aarde en moet het wel in de grond trekken.

Potten

Groenten, kruiden en fruit in potten moet je elke dag water geven, zeker wanneer ze de hele dag in de zon staan. Zo groeien ze optimaal.

Zaaien en planten

Met de tweede of derde zaaironde in de volle grond kun je het beste even wachten tot de droogte voorbij is. Ben je toch van plan groenten en kruiden te zaaien? maak de grond dan vooraf goed nat met een gieter. Dat zorgt voor een betere structuur en omgeving voor de zaden om te kiemen.

Om je ingezaaide stukje grond vochtig te houden, kun je een kletsnatte krant of jutezak op de bodem leggen. Haal de krant of zak wel weg wanneer de eerste exemplaren ontkiemen.

Binnen zaaien waar je gemakkelijker kunt beregenen kant natuurlijk ook..

Kies bij de aankoop van zaden en zaailingen voor gewassen of soorten die overleven in droge omstandigheden. Zet de planten op de juiste plek in de tuin. Houd daarbij rekening met zonminnende soorten en met planten die juist van schaduw houden. Dit scheelt water geven.

Groenten of kruiden die je van plan bent te planten, laat je vooraf gedurende een half uur water opnemen in een schaal of emmer.

Bodem bedekken

Mulchen

De bodem rond je planten afdekken met een laag stro, hooi, gemaaid gras of compost noem je mulchen. Het heeft veel voordelen. Het houdt onkruid weg, beschermd tegen uitdrogen en werkt isolerend waardoor de temperatuur in de bodem constant blijft. In deze blog over mulchen lees je meer.

Een andere oplossing tegen uitdroging is microdoek. Als je het ‘s nachts over de gewassen laat liggen houdt het je planten vochtig. Water uit de lucht condenseert op het afgekoelde doek en druppelt op je planten.

Microdoek

Let op welke doek je koopt. Goedkoop doek breekt snel af door UV-straling. Het is van plastic en belandt dan in het milieu. Je kunt beter duur doek kopen dat jaren meegaat. nog beter is te mulchen met organische materialen.

Omgeving

Bomen planten

Bomen hebben een belangrijke rol in de watercyclus. Ze hebben een regulerende werking op het klimaat. Meer bomen zorgen voor meer regen, en nemen meer regenwater op in de bodem. Ook halen ze water uit de lucht in de vorm van condensatie. Veel bomen hebben bovendien blad dat je kunt gebruiken als mulchmateriaal.

Je moestuin beschermen tegen wind

Een plant zorgt voor verkoeling bij zonnige dagen door via de bladeren water te verdampen die hij opzuigt via de wortels. Als er wind is wanneer de zon schijnt, is er meer verdamping en verdrogen de plant en de bodem sneller.

Het is daarom belangrijk dat je je tuin beschermt tegen wind, zo droogt deze minder uit. Dat kun je doen met een hek of een haag. Maar dit kan ook met aardpeer of zonnebloemen. En sommigen gebruiken worteldoek.

Mijn voorkeur gaat uit naar eetbare gewassen. Dat is winst voor jou en de dieren die kunnen mee snoepen. Enkele eetbare struiken en bomen die je hiervoor kunt gebruiken zijn:

  • Kers
  • Bessenstruiken
  • Krent
  • Vlierbes
  • Kroosjes
  • Hazelaar
  • Walnoot
  • Sleedoorn
  • Gele kornoelje

Kleiner en minder

Veel mensen willen zoveel mogelijk oogsten uit de tuin. Maar dit streven naar een hoge opbrengst kan als je zandgrond hebt of beperkt water uiteindelijk te weinig opleveren. Als je veel zaait, heb je ook veel planten die allemaal strijden voor licht, voeding en water.

Zaaien

Beter is wat minder te zaaien en de zaaiafstand bijvoorbeeld 1,5 keer te vergroten. Met minder planten blijft het water langer in de grond. Zo hebben je planten ieder voor zich meer tot hun beschikking en zullen ze meer en grotere vruchten dragen. Wat heb je liever: 100 kleine worteltjes of 50 grotere?

Eerder uitdunnen

Meestal dun je gewassen als sla, wortels en ui uit als je ze al kunt eten (in jonge versie), maar met een droge grond kun je beter eerder uitdunnen. Vergelijk het met onkruid wieden. Zo hebben de overblijvers minder concurrentie en kunnen ze zich beter ontwikkelen.

Kleine gewassen

Kweek kleine soorten als Parijse worteltjes, minitomaatje en minikomkommers. Planten met minivruchten hebben kleiner blad en nemen minder water op. Minivruchten krijg je ook gemakkelijk op als je in je eentje bent of ene klein gezin hebt.

Eerder oogsten

Kies voor soorten die je vroeg kunt oogsten. In het voorjaar zit er meer water in de grond en heb je minder kans op een mislukte oogst.
Je kunt ook de vruchten oogsten als ze nog wat kleiner zijn. Ze hebben dan minder vocht opgenomen en zijn daardoor minder waterig en zoeter. Bij een droge moestuin schieten de planten toch door wat ten koste gaat van de vuchten.

Vroeg oogsten betekent bovendien dat de plant minder water nodig heeft voor de vrucht, dus minder opneemt uit de grond. Zo blijft er water in de bodem achter voor een vervolgteelt.

Zoveel mogelijk water opvangen

Vang water op waar je dat kunt. Verzamel het op alle daken, een schuurtje, een kippenren en laat het in een regenton stromen. Je kunt er compostthee van maken door evenveel water als compost te mengen met oude, geteerde compost. In de compostthee zit veel voeding die meteen door de planten wordt opgenomen.

Zorg er ook voor dat de bodem verzadigd kan raken als het regent door te zorgen voor een open bestrating van paden en terras waardoor het regenwater in de bodem kan zakken. Denk aan grind, boomschors, split (steentjes) of een graspad.

Deel je rijkdom

Goed bewaterde grond trekt dieren aan. Vogels, mollen, muizen en insecten. Onthoud dat dieren onderdeel uitmaken van de natuur. Dit wil je ook laten zien aan je kinderen. Focus je niet teveel op de schade. Probeer deze te beperken en laat de dieren meegenieten van jouw prachtige moestuin. Lees ook de tips nog eens om de dieren een handje te helpen.

Winkelwagen
Don`t copy text!
Scroll naar top